Welvaart: het failliet van de deeleconomie


Deeleconomie

De deeleconomie. Dat is oude wijn in nieuwe zakken. Het lijkt vernieuwend en hip, maar het bestaat al eeuwen. Wezenlijk is er niets veranderd in het systeem waarin het delen en collectief consumeren centraal staat. Die gezamenlijke creatie, productie, distributie, handel en consumptie van goederen en diensten – waar de deeleconomie voor staat – doen we al sinds mensenheugenis. Het is de basis van onze samenleving.

Deeleconomie veel te rooskleurig en populair weergegeven

Al jaren scheppen we op over dat de deeleconomie een ‘snel groeiend fenomeen’ is. Wat mij betreft veel te rooskleurig en populair weergegeven; het is helemaal geen fenomeen. Er is immers niets nieuws aan en snel groeien doet ie al helemaal niet. Integendeel. In de afgelopen decennia is de deeleconomie eerder tot een drastisch dieptepunt gezakt. We zijn tot een individualistische en egocentrische maatschappij verworden. Zeker op dit moment waarin het ons, ondanks de coronacrisis, aan maar weinig ontbreekt. We zijn rijk, heel rijk en dan denken we dat we anderen niet nodig hebben en het allemaal alleen kunnen. We hoeven een ander niet te vragen om te delen en niemand vraagt ons te delen.

We scheppen hoog op over onze zonnepanelen op ons dak en dat we best bereid zijn de opgewekte energie te delen. Eigenlijk is het niet anders dan een plausibele reden om onszelf rijker te maken: de opbrengsten van die zonnepanelen verdwijnt immers rechtstreeks in onze eigen zak. En dan die mooie Tesla voor de deur. We rijden er vooral in omdat we er subsidie voor krijgen, gratis stroom en in steden zelfs een gratis parkeerplaats. Onze huidige deeleconomie functioneert ten bate van onze hebberigheid.

Met sierlijke bretels houden we ons een niet passende broek omhoog.

Zonnepanelen, elektrische auto’s, we zijn apetrots dat we bijdragen aan een duurzame energie opwekking. Dat we een bijdrage leveren aan de energietransitie. Met sierlijke bretels houden we ons een niet passende broek omhoog. Het lijkt een beetje op de Postcodeloterij. We kopen loten (we hebben geleerd dat gokken fout is) en daarmee steunen we een goed doel (en kopen ons schuldgevoel weer af). Een hele slimme strategie waar enkele beneficianten goed rijk mee zijn geworden.

Mijn stellige indruk is dat we niet meer wíllen delen. Als ik een boormachine nodig heb en deze voor de derde keer in twee jaar bij mijn buurman te leen vraag, wordt het toch wat vervelend.  We bezitten liever alles zelf. De nieuwe generatie ziet gelukkig steeds meer in het delen van een auto, huis of bladblazer. Maar wees eerlijk; het levert alleen onszelf financiële voordelen op.

Beloningsstructuur

We hebben een beloningsstructuur nodig om zaken te laten slagen. We kunnen eigenlijk alleen ‘delen’ als we er zelf iets (euro’s) aan overhouden. In onze individuele, zelfs hebberige samenleving, is het ‘voor wat hoort wat systeem’ koning en het ‘voor niks gaat de zon op systeem’ keizer. Het voordeel is dat we het mechanisme herkennen waarmee overheden een middel in handen hebben en de beloningsstructuur kan inzetten bij de energietransitie. Zoals ook Essent deze week pleit voor het kwijtschelden van de ODE voor huishouden die voor groene stroom hebben gekozen. Zo krijgen wij consumenten prikkels om zelf te verduurzamen.

De noodzaak van delen weer inzien

Maar de gewenste energietransitie komt pas goed tot leven als we de noodzaak van delen weer gaan inzien. Wanneer we onze overcapaciteit aan opgewekte (zonne- en wind)energie beschikbaar stellen voor anderen. Niet omdat we daar iets voor krijgen, maar gewoon omdat we terug moeten naar de basis van onze samenleving: samen leven. En dat dan het liefst op een schone planeet omdat we vanuit ons hart de aarde – schoon en leefbaar – door willen geven aan een volgende generatie.

Avatar
Aernoud Florijn
No Comments

Post a Comment

Name
Email
Website
Comment